official website
BRUSSEL – Wesley Degreef, masterstudent architectuur aan Sint-Lucas, heeft onlangs de architectuurprijs 2009 voor studenten van het Brussels Gewest gewonnen met zijn ontwerp ‘Abatan’, dat de slachthuissite in Anderlecht ingrijpend hertekent. Maar dat is niet het enige project waarmee de jonge architect in het Brusselse stadsweefsel wil snijden.
“Architectuur moet in de eerste plaats een impact hebben op de bevolking van een stad,” zegt Wesley Degreef (geen familie van de auteur, red.) Daarmee is de toon gezet, want de jonge architect valt vooral op door zijn gedurfde projecten. En visie.
We spreken af in het Noordstation, waar hij ‘Mori Vivi’ voor bedacht. Het gaat om een overdekking voor de stationsperrons gebaseerd op – hou u vast – het principe van het kruidje-roer-me-niet. Degreef: “We kennen het plantje kruidje-roer-me-niet (Mimosa pudica in het Latijn, red.) allemaal als een plantje dat reageert op prikkels; wind, licht of aanrakingen. Dat vond ik wel een interessant gegeven. Ik ben dus op zoek gegaan naar een soortgelijk materiaal om mee te kunnen ontwerpen, en toevallig las ik op het internet over het bestaan van Shape Memory Alloy (geheugenmetaal). Dat is een metaallegering die soortgelijke eigenschappen bezit als het plantje: bij warmte kan het metaal van vorm veranderen.” Voor wie het niet gelooft: geheugenmetaal bestaat echt. Eigenlijk gaat het om metaallegeringen die zich hun oorspronkelijke vorm kunnen ‘herinneren’, en met deze informatie in het achterhoofd lustig van vorm kunnen veranderen. In het geval van het Noordstation: opengaan.
Zonneschijn
“Die technologie staat natuurlijk nog niet volledig op punt om in de bouwkunde te worden toegepast. Mijn project ‘Mori Vivi’ kan dus pas binnen een decennium eventueel toegepast worden. Hoe ik het heb getekend, overdekt een constructie van geheugenmetaal en glas de perrons van het Noordstation. Ecologie speelt in mijn werk een belangrijke rol, en met zulke constructies zou je zonder energie te verbruiken, warmte op de perrons kunnen behouden. Het geheugenmetaal blijft immers gesloten bij koud weer. Maar zodra de zon schijnt en het onder de constructie te warm wordt, gaat het metaal open.” Blijkbaar sloeg het idee aan, want Wesley Degreef gaat er prat op dat men in de NMBS-kantoren in het Noordstation een tekening van dit project heeft hangen.
Muntcentrum
Ondertussen zijn we op het Muntplein beland. “Kijk, dat is nu eens een schitterend voorbeeld van een stadskanker,” merkt Degreef ferm op. Met dit gebouw in kruisvorm heeft hij grootse plannen.
“Hier wil ik het BCCL, het Brussels Cultural City Lab, vorm geven. Vermits er zoveel verschillende cultuurcentra zijn in het gewest, oogt het cultuuraanbod nogal versnipperd. Waarom kunnen we dan niet gewoon een platform creëren waarbij alle cultuurtempels ruimten uitwisselen om hun ding te doen? Bijvoorbeeld door van dit gebouw de kruisvorm weg te nemen door er gevels rond te zetten, en de ruimte die op die manier ontstaat te gebruiken en in te richten. Negatief-positief heet dat in het jargon: je zet een nadeel, ongebruikte ruimte is dat hier, om in een voordeel.”
Dat behoeft toch allemaal wat meer uitleg voor ons niet-zo-erg-wiskundig-geschoolde brein. Het idee van Degreef is om het stadsarchief – dat nu in het gebouw is gehuisvest – onder de grond te stoppen. Net daarboven zouden de winkels, die nu op het gelijkvloers in het gebouw zitten, komen, evenals het platform voor het openbaar vervoer. “Daardoor behoud je het doorzicht van het gebouw; op het gelijksvloers krijg je zo veel ruimte,” aldus Degreef. Vervolgens komen bovengronds, langs de zijde van de Anspachlaan, kantoren. En langs de kant van het Muntplein een grote concertzaal, residenties, ateliers en workshopruimtes. Het eigenlijke BCCL. Tussen deze verschillende functies is er dan plaats voor horeca en binnenpleinen. Het oogt allemaal mooi. Maar realistisch? “Men zou me maar moeten laten doen,” antwoordt onze architect.
Het gaat verder richting Zuidstation. En vandaar naar de slachthuissite aan het kanaal. Met het project dat Wesley Degreef voor deze site uittekende, won hij de Brusselse studentenprijs architectuur.
“Het project heet Abatan en omvat vrachtvervoer per tram van de luchthaven en de haven naar hier. Je kent de markt die hier elk weekend plaatsvindt, een geweldig sociaal concept. Waarom kan je dan niet zorgen voor een mix van personenvervoer en vrachtvervoer om deze site te bevoorraden? Dat haalt al die vrachtwagens en wagens van de weg.”
Water
Maar dat is niet alles. Abatan is ook – en vooral – een stadsvernieuwingsproject. Degreef: “de plannen omvatten ook pleintjes en ruimte dicht tegen het water en sociale woningen. Ik begrijp niet waarom men hier parkeerplaatsen naast het kanaal heeft aangelegd en men op die manier de buurt ontsiert. Het zou toch veel beter zijn als je hier publieksruimte zou creëren, zo vlak naast het water?”
Met zijn tramplannen komt Degreef overigens gevaarlijk dicht in de buurt van het BILC, het logistieke centrum dat in de Brusselse haven zal worden ingeplant. “Een logistiek centrum voor Brussel is een goed idee, maar ze zouden het beter aan de rand van de stad, waar snel- en spoorwegen stoppen, inplanten. En dan opteren voor de tram als overslag.”
Ideeën genoeg. De jonge architect houdt van de stad, maar twijfelt soms voor de verlokkingen van het buitenland. “In Brussel mag tenslotte niet veel,” zegt hij daarover. Maar ook: “Ik weet evenzeer dat als iedereen zo denkt, Brussel niet beter af zal zijn. We zullen maar blijven, zeker?”
